Lokaal vuurwerkverbod leidt niet tot minder slachtoffers

– Het aantal vuurwerkslachtoffers in Nederland is weer terug op het niveau van vóór de coronaperiode, dit ondanks het vuurwerkverbod in twaalf gemeenten en het verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen. Dat verbod ging in 2020 in. Dit blijkt uit de gegevens van een onderzoek van VeiligheidNL in samenwerking met artsen van de spoedeisende hulp en de vereniging van traumachirurgen. Aan dit onderzoek werkten ook het Streekziekenhuis Koningin Beatrix (SKB) in Winterswijk en het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem mee.

Het lokale vuurwerkverbod leidt niet tot minder slachtoffers”, stelt Marijntje Bakker van VeiligheidNL. “We zien niet een duidelijk effect. “In totaal waren er dit jaar 1.253 vuurwerkslachtoffers. Hiervan zijn er 389 behandeld op de Spoedeisende Hulp (SEH) en 864 op de huisartsenposten (HAP). Er is sprake van een stijging van 62 procent van het aantal slachtoffers ten opzichte van vorig jaar toen er een landelijk vuurwerkverbod gold vanwege corona (2021-2022).

“In de afgelopen twee jaar met een algemeen vuurwerkverbod waren er substantieel minder vuurwerkslachtoffers. Dit jaar zitten we weer op het niveau van vóór corona. Gedeeltelijk maatregelen leiden dus niet tot minder slachtoffers”, zegt Marijntje Bakker.

Het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem meldde dat er nul slachtoffers in het ziekenhuis waren opgenomen. Wel waren op oudjaarsdag twee mensen met vuurwerkletsel binnengebracht, maar zij konden weer naar huis. In het SKB kwam de teller op één slachtoffer te staan. Die had ernstig letsel aan de ogen opgelopen en werd voor behandeling naar een ander ziekenhuis overgebracht. Slingeland Ziekenhuis meldde: “Fijn dat het aantal dit jaar op nul is blijven staan.” Het SKB meldde dat het tijdens de jaarwisseling druk was op de spoedeisende hulp, maar dat die drukte er niet was vanwege de vuurwerkincidenten in de nacht.

Oorzaken van ongevallen

Voor het eerst is er gekeken wat de invloed is van alcohol bij vuurwerkslachtoffers. Overmatig alcoholgebruik blijkt bij bijna één op de vijf vuurwerkslachtoffers van 16 jaar of ouder een rol te hebben gespeeld. Verder bleek uit de toedrachtomschrijvingen dat de weersomstandigheden tijdens de jaarwisseling invloed hadden op het ontstaan van letsel. De harde wind zorgde ervoor dat vuurwerk dat werd afgestoken plotseling van richting veranderde en vooral omstanders waren hier de dupe van.

Type vuurwerk en letsel

Het verbod op knalvuurwerk en losse vuurpijlen is al sinds 2020 van kracht, maar het effect hiervan was niet eerder meetbaar wegens het algehele vuurwerkverbod in de afgelopen twee jaar. Uit de cijfers blijkt dat een kleiner deel van de slachtoffers op de SEH-afdeling is behandeld als gevolg van letsel door knalvuurwerk en vuurpijlen (20%) dan de laatste jaarwisseling waarin dit vuurwerk nog was toegestaan (31%). Vergeleken met de jaarwisseling 2019-2020 is dat wel een stijging van het aantal slachtoffers van F1 vuurwerk (7% versus 1%) en zwaar illegaal vuurwerk (24% versus 17%). 22 procent van de ongevallen werd veroorzaakt door F2 vuurwerk (vuurwerk dat alleen tijdens de jaarwisseling afgestoken mag worden).

Carbid schieten

Ruim vijf op de tien ongevallen ontstonden door knalvuurwerk, dat sinds dit jaar grotendeels verboden was. Hierbij ging het veelal om zwaar illegaal vuurwerk, maar ook carbid – in de meeste gemeenten wel toegestaan – had met 11 procent van de letsels nog een belangrijk aandeel en single shots (8%) en rotjes (3%) leidden ondanks het recente verbod nog tot letsels.

Kinderen en jongeren

Voor de jaarwisseling is door het ministerie van I&W en VeiligheidNL extra aandacht gevraagd voor het niet afsteken van vuurwerk door kinderen onder de 12 jaar onder de campagneslogan ‘Kindervuurwerk bestaat niet’. Uit de cijfers van deze jaarwisseling blijkt dat 18 procent van de vuurwerkslachtoffers op de SEH en HAP onder de 12 jaar was. Vorig jaar was dit 26 procent en tijdens jaarwisseling 2019-2020 19 procent. Iets minder dan de helft van de kinderen had het vuurwerk zelf afgestoken. Hele jonge kinderen hebben vaak letsel doordat zij in een onbewaakt ogenblik naar het vuurwerk grijpen dat door ouders wordt vastgehouden.

Naast jonge kinderen zijn vooral jongens van 12 tot en met 15 jaar en mannen van 20 tot en met 29 jaar slachtoffer van vuurwerk. Letsel bij 12 tot en met 15 jarigen werd vooral veroorzaakt door knalvuurwerk en vuurpijlen (38%) en letsels bij 20 tot en met 29 jarigen ontstonden vooral door zwaar illegaal vuurwerk (23%) en legaal consumentenvuurwerk (21%). In totaal is 46 procent als omstander slachtoffer geworden van vuurwerk. Dit aandeel is lager dan tijdens de jaarwisseling 2019-2020 (51%).

Geschreven door Eveline Zuurbier op 2023-01-07 13:45:12


Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar de redactie: redactie@1achterhoek.nl.